Taken en bevoegdheden

Voorgeschiedenis
In november 1998 heeft het kabinet de Commissie Administratieve Lasten (Commissie Slechte) ingesteld om een advies uit te brengen over de wijze waarop een aanzienlijke vermindering van de administratieve lasten zou kunnen worden gerealiseerd. In een reactie op de aanbevelingen van deze Commissie heeft het kabinet geconstateerd dat de toetsing van voorgenomen wet- en regelgeving op administratieve lasten moet worden uitgebouwd en versterkt.

Actal is in 2000 opgericht als een onafhankelijk en tijdelijk adviescollege (instellingsbesluit en eerste verlengingbesluit). Het werkterrein bestond aanvankelijk uit het adviseren over de gevolgen van voorgenomen regelgeving op de administratieve lasten voor bedrijven. Het kabinet heeft dit werkterrein driemaal uitgebreid. De eerste uitbreiding betrof de consequenties van bestaande regelgeving op de administratieve lasten voor bedrijven. De tweede uitbreiding zag toe op de gevolgen van voorgenomen en bestaande regelgeving op de administratieve lasten voor burgers. Op 10 juni 2008 is het Instellingsbesluit van Actal voor de derde keer aangepast. Het bestaan van Actal werd verlengd tot 1 juni 2011 en het takenpakket van Actal werd uitgebreid. De strategische adviesfunctie van Actal werd versterkt en omvatte het gehele terrein van regeldruk, waaronder de administratieve lasten van professionals en instellingen. Actal kon voorts de medeoverheden adviseren over regeldruk (per uitbreiding link naar besluit).

 

Huidig mandaat
In juni 2011 is aangekondigd dat Actal zal worden omgevormd van een tijdelijk naar een permanent adviescollege. Daarop vooruit lopend werd het mandaat van Actal al aangepast met het Instellingsbesluit Actal 2011. Het nieuwe Adviescollege Toetsing Regeldruk (nog steeds: Actal) richt zich op regeldruk in brede zin. Het adviseert de regering of beide Kamers der Staten-Generaal over:

a. het systeem van beoordeling van de effecten van voorgenomen wet- en regelgeving voor de regeldruk voor bedrijfsleven, burgers en beroepsbeoefenaren in de sectoren zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid;

b. de gevolgen van voorgenomen wet- en regelgeving voor de regeldruk voor bedrijfsleven, burgers en beroepsbeoefenaren in de sectoren zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid, in overleg met de minister die het aangaat en indien die gevolgen naar verwachting omvangrijk zijn;

c. strategische vraagstukken op het terrein van regeldruk, mede op basis van signalen uit het bedrijfsleven en uit georganiseerde verbanden van burgers en beroepsbeoefenaren in de sectoren zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid.